Paringsadvies op basis van Genomic fokwaarden

Afgelopen jaren hebben we ervaren dat een groeiend aantal bedrijven het vrouwelijk jongvee laten genotyperen. Het is een investering in informatie en kennis over uw jonge dieren door het DNA ervan te laten onderzoeken. Op basis hiervan ontvangt u genomic fokwaarden bij uw dieren. Dit is de verwachtingswaarde gecorrigeerd voor wat in het DNA wordt gevonden. De genomics fokwaarden kennen een hogere betrouwbaarheid ten opzichte van de verwachtingswaarde en worden veelal gebruikt voor een vroege eerste selectie wanneer extreem afwijkende waarden worden geconstateerd. Maar het is vooral interessant deze gegevens te gebruiken voor het maken van een gericht paringsadvies op basis van deze fokwaarden. Dit onderzoek kan door verschillende organisaties uitgevoerd worden en de fokwaarden kunnen op verschillende bases gepresenteerd worden.

Er is in M84U geïnvesteerd om het toepassen van de genomische informatie van uw vrouwelijke dieren geautomatiseerd mogelijk te maken voor 2 fokwaarden-bases: de NL-basis voor NVI-fokwaarden en de US-basis voor TPI- en DWP$-fokwaarden. Voor de NL-basis kunnen de NVI-fokwaarden door een export uit HerdOptimizer (ontwikkeld door CRV) worden gebruikt. En voor de TPI-waarden en specifiek DWP$-fokwaarden (Dairy Wellness Profit index, ontwikkeld door Zoetis) is een toepassing mogelijk om voor bedrijven die gebruik maken van Clarifide-plus de data optimaal te benutten bij het uitwerken van paringsadvies in M84U.

Bent u klant van M84U en uw jongvee wordt op genomics getest, dan willen we graag bij een volgend bezoek met u de mogelijkheden voor deze toepassing doornemen om zo met elkaar tot een optimale stierkeuze te komen en daarmee de investering in DNA-typering tot een maximaal rendement te laten komen. Voor een stieradvies bij pinken op basis van toepassing van genomic-fokwaarden in M84U geldt een toeslag per dier op het basis tarief.

Voor meer informatie kunt u uw eigen onafhankelijk fokkerijadviseur Frans van der Kroon, Hugo Pastors of Huub Peek raadplegen via deze

Hoge levensproducties: niet als doel, maar resultaat van het bedrijfsmanagement

Op het melkveebedrijf van de VOF Stuij in Ottoland is een hoge levensproductie niet zozeer het doel, maar wel een opvallend resultaat van het totale bedrijfsmanagement. Opvallend, omdat er inmiddels maar liefst 43 koeien de grens van 100.000 kg levensproductie hebben gepasseerd, waarvan 3 dieren met 10.000 kg vet/eiwit! Een goede reden om hier aandacht aan te besteden.

De broers Dirk en Sjaak runnen met hun beide gezinnen het melkveebedrijf van ca. 185 melkkoeien en 77 stuks jongvee gehouden in het veenweide gebied van de Alblasserwaard (ZH). Er wordt veel aandacht besteed aan graslandbeheer en het bodemleven; om een optimale benutting en hoge kwaliteit gras van eigen bodem te verkrijgen.

100.000 kg koeien bij fam. StuijStuijTeatske 816

Foto links: Teatske 816 (AltaIota) met 2448 dgn. 100.918 3.69v en 3.47e.
Foto rechts: Vier 100.000 kg koeien bij familie Stuij
Klik op de foto voor vergroting.

 

 

Alternatief voor Fokwaarde Dochter-Vruchtbaarheid

Tijdens de meest recente gebruikersbijeenkomst bij CRV hebben Joop Olieman en Huub Peek tijdens de gebruikersbijeenkomst van CRV een voorstel voor een aanpassing van de vruchtbaarheid fokwaarde ingediend en kunnen toelichten. Dit was mede naar aanleiding van de vorig jaar gepresenteerde uitslag van de 5-jaarlijkse fokdoel-enquête gehouden door CRV-stamboek. Hierin gaf een meerderheid van de melkveehouders aan dat ze meer nadruk op conceptie (Dracht% bij koe) en minder op Tussenkalftijd in het kengetal vruchtbaarheid wensen. Hiervoor hadden Joop en Huub een analyse gemaakt waaruit blijkt dat bij inweging van het kengetal ‘Dracht% koe’ (= internationaal Conception rate) de totale vruchtbaarheid ca. 20% beter correleert met levensduur dan de huidige fokwaarde.

Tabel vruchtbaarheid huidige en alternatieve fokwaarde

Veefokkers de Podcast: veeverbetering

Veefokkers de Podcast - aflevering 3Onlangs is Huub Peek geïnterviewd voor een podcast (ze maken een serie over mensen actief binnen de veehouderij) over zijn activiteiten in de veeverbetering. Dit was voor de Veterinaire Vee Fokkers Club “De Uithof”, welke bestaat uit studenten van de Faculteit der Diergeneeskunde te Utrecht. Het was een heel leuk gesprek met de makers van de podcast over hoe de adviseurs van Peek & van der Kroon dagelijks invulling geven aan het verstrekken van fokkerijadvies en wat ze daarbij zoal meemaken. Wie geïnteresseerd is om de podcast af te luisteren kan gaan naar:

Terugblik nierdonatie

Miranda en Huub

Op 24 augustus jl. heeft Huub Peek een operatie ondergaan wegens een nierdonatie, zoals u wellicht via de mailing of van hem zelf vernomen heeft. Via deze weg willen wij iedereen die belangstellend was en heeft meegeleefd hiervoor hartelijk danken en kunnen we melden dat Huub volledig en goed hersteld is. Tevens is het heel mooi te kunnen melden dat de ontvanger van zijn nier het ook zeer goed maakt ná een wat langere herstel periode. Hierdoor kan met heel veel dankbaarheid en vooral voldoening terug gekeken worden op een heel bijzonder donatie-traject.

Strekpoot: een kostbaar defect bij melkvee

De afgelopen jaren is er terecht aandacht voor de steeds rechtere achterbeenstand bij Holsteins. We zien té vaak jonge dieren die een veel rechtere stand dan optimaal van zij-aanzicht hebben, waardoor ze vaak weinig souplesse en een minder goede mobiliteit tonen. Mits we op veel bedrijven lineaire data objectief blijven vastleggen, hebben we gelukkig de mogelijkheid om met fokwaarden stieren te identificeren die een rechte, optimale of krommende achterbeenstand vererven.

Het is op basis van betrouwbaar gemeten data (dochtergeteste stieren) goed mogelijk hiermee te corrigeren. Er is echter een ander probleem onder melkvee wat volledig onderbelicht is, maar grote economische schade brengt en vaak ten onrechte verward wordt met rechte achterbeenstand: “Strekpoot” ofwel “Spastic Paresis” (SP).

Gepubliceerd in Holstein International, 04-2021

Start van een nieuw decennium, tijd voor reflectie

Beste mensen, zo rond de jaarwisseling is het altijd goed om met enige afstand ‘ns terug te kijken en de balans op te maken. Zeker nu we een decennium hebben afgesloten, is enige reflectie op zijn plaats. Dat we ná de quotering, de introductie van een fosfaatstelsel en recent het stikstofprobleem een roerige tijd in de melkveesector hebben gehad, is een understatement. Een lichtpuntje hierin is het feit dat ná de breed gedragen protestacties van 1 en 16 oktober melkveehouders/agrariërs nu samen als één sector staan.

Genomics
Ook in de veeverbetering is reflectie momenteel op zijn plaats. Het was vooral het decennium van de implementatie van Genomics techniek (het testen van jonge dieren op DNA). Aanvankelijk beloofde deze techniek kansen voor nieuwe koefamilies en outcross bloedlijnen. De conclusie na 10 jaar moet helaas zijn dat het tegenovergestelde is gebleken: het Genomic-model herkent uitsluitend wat het al kent en dus worden echte outcross stieren zelden op hoge waarden berekend, en krijgen ze geen kans.

Hoe gaan we om met de toename van inteelt in de Holstein populatie?

Het fokken binnen één ras betekent altijd dat de verwantschap zal toenemen tussen de dieren onderling. Dit
is inherent aan het fokken (lees ‘selecteren’) in een bepaalde fokdoelrichting, waardoor gewenste
eigenschappen worden verankerd en de ongewenste (waaronder erfelijke gebreken) worden uitgefilterd.

Kappa Caseine

Kappa Caseine beïnvloedt efficiënte melkverwerking tot kaas: Zoals u wellicht weet zit in één liter melk
ongeveer 35 gram eiwit. Hiervan is ca. 82% caseïne en 18% wei. De caseïne uit koemelk kun je onderverdelen
in alfa-, kappa- en beta-caseïne. Met name Kappa Caseïne is belangrijk voor de kaasproductie en beïnvloedt
de melkstremming en daarmee ook de kaasopbrengst, afhankelijk van de caseïne-variant.

Letale haplotypes publiceren

In Noord-Amerika wordt bij elke Holstein-stier keurig vermeld of hij drager dan wel vrij is van vijf verschillende letale haplotypes. Bij een combinatie tussen twee dragers leidt de paring in een kwart van de gevallen tot embryonale sterfte. De Nederlandse KI’s doen er tot dusver echter het zwijgen toe.

Corrigeer zwakste schakel koe met individuele stier

De gemiddelde levensproductie van de Nederlandse melkveestapel ligt al vele jaren op 30.000 kilo melk. Het uitblijven van een stijging was aanleiding voor het drukbezochte levensduursymposium
dat op 9 maart in Heerenveen werd gehouden. Een adviseur en enkele succesvolle veehouders ontvouwden er hun strategie.